Skip to content
Home » Blog » Verwilderde stadsparken: een gemaaide rand, een bordje en wat lef

Verwilderde stadsparken: een gemaaide rand, een bordje en wat lef

Bij een stadspark denken we al snel aan strak onderhouden gazons, een vijver, wellicht een aantal mooie monumentale bomen en bloemrijke struiken. Netjes aangeharkt, gesnoeid en geordend, met een bankje voor ons om op te zitten en een klimrek voor de kinders. Alles keurig op zijn toegewezen plek, geregisseerd door en voor ons als mens. Maar waarom dat strakke groene biljardlaken? Om perfect te kunnen flaneren? Omdat we het zo fijn vinden als we veel tijd in het onderhoud moeten stoppen? Of omdat het altijd al zo was?

Het eerste openbare volkspark werd tijdens de Industriële Revolutie gerealiseerd met het oog op frisse en gezonde lucht in de stad. Met de groeiende druk op onze steden, groeit dit gekozen belang van de stadsparken als groene longen. Het verbeteren van de luchtkwaliteit, het vergroten van de klimaatadaptatie van de stad en het verzachten van de hittestress. Daarvoor hebben we stadsparken met gebalanceerde ecosystemen nodig, in volledig harmonie en met meer dieren en een diversiteit aan planten. Een grote opgave? Juist als wij als mens een stapje terug doen en vertrouwen op natuurlijke processen, dan zal het ecosysteem van een park zichzelf herstellen en de biodiversiteit vergroten. Het kost alleen wat lef.

De autonomie van natuurlijke processen centraal stellen, noemen we ook wel rewilding. Oorspronkelijk is rewilding een vorm van ecologisch herstel en bescherming voor grote aangesloten gebieden, door bijvoorbeeld het herintroduceren van belangrijke carnivoren, zoals wolven in het Noord-Amerikaanse Yellowstone National Park. Nu zijn veel stadsparken aan de kleine kant voor een kudde Schotse hooglanders of een edelhert, maar voor een aantal diersoorten zoals de eekhoorn, enkele roofvogels, uilen en vleermuizen is het nu al de belangrijkste verblijfplaats in een stad. Hoe mooi als we deze wonderlijke wezens een nog fijner thuis kunnen bieden, met grotere kansen om te overleven en te vermenigvuldigen. Wanneer we de natuur weer zijn eigen balans laten vinden, hoeven wij ons als mens er in principe niks meer aan te doen. Maar kunnen wij als mens accepteren als ‘onze parken’ niet meer aangeharkt en strak gemaaid zijn? Kunnen wij accepteren als het af en toe wat rommelig oogt?

Ecologisch beheer van stadsparken wordt al steeds meer toegepast. Zo verbeterd gemeente Dordrecht de biodiversiteit in het Wantijpark door minder te maaien en meer natuurlijke overgangen tussen grasvelden en bos te realiseren. Communicatie over de voordelen van ecologisch beheer zijn een must. Dit kan al op een eenvoudige manier met het plaatsen van een informatiebord, wat meteen de beleveniswaarde onderstreept. Kijk bijvoorbeeld naar het Stadsnatuurreservaat in Rotterdam, achter het natuurhistorisch Museum. Het is een restruimte zonder vooropgezet plan, waar de natuur haar gang kan gaan. Een verwaarloosde plek? Niet meer nu er  een bordje ‘Stadsnatuurreservaat, vrij toegankelijk’, bij staat. Dit kleine bordje benadrukt de natuurlijke kwaliteiten van dit kleine stukje ruigte in de stad. 

Ook het randbeheer kan bijdragen aan de acceptatie en de veiligheid. Wanneer je slechts de eerste meter van het gebied maait, is er de geruststelling van de menselijke hand, wordt het zicht behouden en overlast van overhangende begroeiing voorkomen. De natuur kan zich vervolgens achter die opgeruimde meter vrij ontwikkelen. Een complete wildheid is voor ons vandaag de dag misschien nog iets te spannend, maar met een geordend randje en een bordje ernaast zullen we het toch wel aandurven? Wie weet kom je bij je volgende rondje flaneren dan wel zo’n prachtige roodbruine pluimstaart tegen.